De grimas van de ‘smiling coast of Africa’

Posted on

BANJUL, april 2016 — Gambia, het kleinste land van Afrika, wordt al jaren met harde hand geregeerd. Het is een populaire bestemming voor all-inclusive strandvakanties, maar waag je je buiten de kuststrook dan maak je kans op een praktijklesje dictatoriale staatkunde: met geheime politiecellen waar oppositieleden op raadselachtige wijze sterven, traangasbommen op de markt en veel Kalasjnikovs. ‘Als je zomaar de straat op gaat dan is het snel met je gedaan.’

Ben je op de hoogte van de onrust?’ vraagt Dwayne op de veranda van zijn huis in een klein dorpje in Gambia. Ik knik. Twee dagen eerder vond een demonstratie plaats in Westfield op een groot kruispunt op de weg naar de hoofdstad Banjul. Iets meer dan honderd Gambianen protesteerden tegen de manier waarop president Yahya Jammeh zich nu ruim twintig jaar, en komend jaar opnieuw, laat herkiezen tot leider van het kleine Afrikaanse kuststaatje. Een andere optie dan deze president is er niet echt, want elke vorm van oppositie wordt met harde hand neergeslagen. Zo ook dit protest. Twaalf demonstranten werden gearresteerd.

Een dag na het protest was ik op de plek waar de oproerpolitie met stokken en traangas hun werk hadden gedaan. Op de hoek van de straat stond een soldaat met een Kalasjnikov, die mij meteen aansprak toen hij zag dat ik een camera in m’n hand had. ‘Wat ben je aan het doen?’ vroeg hij me. ‘Ben je journalist?’ Dat ben ik, maar daarvoor ben ik niet naar Gambia gekomen, dus liet ik bewust mijn perskaart thuis. Precies om dit soort verwarring te voorkomen. ‘Nee,’ antwoordde ik. ‘Dan kun je maar beter je camera wegstoppen, want je wil in deze tijden niet per ongeluk aangezien worden voor een journalist.’ Ik vatte het op als een advies, maar het kon net zo goed een officiële waarschuwing zijn. De loop van het geweer en de vinger vlakbij de trekker maakten dat de boodschap in elk geval duidelijk overkwam. Of ik op de hoogte ben van de onrust? Jawel.

Een straatbeeld in Westfield, vlakbij de plek van de demonstraties

Het is mijn derde bezoek aan Gambia. Vier jaar geleden kwam ik er voor het eerst. Toen als deelnemer van een studiereis van de opleiding Onderwijskunde aan de UvA, een jaar later als coördinator van diezelfde studiereis en nu om foto- en videowerk te doen voor twee organisaties die zich inzetten voor hetzelfde doel: het promoten en mogelijk maken van onderwijs voor alle kinderen in Gambia.

‘Het eerste wat ze doen na een coup is al het werk van de oude machthebbers ongedaan maken.’

Dwayne is samen met zijn vrouw Isatou oprichter van een van die organisaties. Ze hebben een bibliotheek, een computerruimte met internet en een aantal klaslokalen, waar meisjes en jongens onder andere extra taallessen, dramalessen en trainingen over de omgang tussen mannen en vrouwen krijgen. ‘We blijven zo ver mogelijk vandaan bij alles wat met politiek te maken heeft. Regeringssteun slaan we af om onafhankelijk te blijven,’ zegt Dwayne. Jammeh is geen democratische leider, maar hij heeft het wel goed voor met het onderwijs voor meisjes. Zo lang hij blijft zitten, kunnen Isatou en Dwayne hun werk blijven doen. Zou hij de steun van Jammeh’s regering accepteren, dan loopt hij het risico dat een nieuwe regering na machtsovername die meteen intrekt. ‘Het eerste wat ze doen na een coup is al het werk van de oude machthebbers ongedaan maken.’

Een van de vele pro-Jammeh billboards | Foto: Wikimedia Commons

‘Welcome to the smiling coast of Africa’ is het eerste wat je leest als je uit de terminal van het kleine vliegveld van Banjul loopt. Het staat geschreven op een groot bord. Vlak ernaast een bord met een gigantische afbeelding van Jammeh, zoals er zoveel staan verspreid door het land. Bij elke levensgrote foto van de leider lees ik dankwoorden voor ‘historische beslissingen’ en felicitaties voor al het goede werk dat hij verricht voor de ontwikkeling van Gambia.

Het is de eerste keer dat ik Gambia bezoek sinds het een islamitische staat is. Veel verschil zie je niet op het eerste oog. Er wordt nog steeds bier gebrouwen bij staatsbrouwerij JulBrew, de toeristen mogen nog altijd schaars gekleed rondlopen en hoewel negentig procent van de bevolking moslim is loopt slechts een enkele vrouw met een hoofddoek. Achter de glimlach waar het land zich zo graag mee kenmerkt, bespeur ik dit keer een gespannen grimas.

Op het kantoor van een ander onderwijsprogramma voor meisjes zit Fatou, de coördinator, op WhatsApp te kijken. Een Gambiaanse vriendin die in het buitenland woont stuurt haar een berichtje. ‘Jammeh wil binnenkort de Sharia invoeren,’ leest ze op. ‘Alle vrouwen moeten een niqaab gaan dragen, JulBrew wordt gesloten, de hotels en restaurants gaan dicht en vanaf januari 2017 wordt Arabisch de officiële taal in Gambia.’ Fatou lacht schamper. ‘Is dit een grap?’ vraagt ze en kijkt daarna een moment de ruimte in. ‘Het moet een grap zijn. Als de president op deze manier het toerisme de nek omdraait, kunnen we Gambia net zo goed verkopen, de winst delen en ergens anders gaan wonen met z’n allen.’

De Islamitische Republiek Gambia | Kaart: Ezilon

Met deze organisatie ben ik enkele dagen op pad om verschillende mensen uit hun onderwijsprogramma’s te interviewen. We gaan op weg naar Mayork, een klein dorpje op het platteland om te spreken met een aantal vrouwen op een basisschool. Tijdens de drie uur durende rit passeren we elke paar kilometer een politiecheckpoint. De meeste agenten zijn vrij ontspannen. In het kenteken van de auto staat ‘NGO’ (non-gouvernementele organisatie). Wij mogen overal doorrijden. Busjes en taxi’s worden regelmatig staande gehouden en gecheckt.

Bij het geboortedorp van de president, Kanilai, is de weg versperd met dranghekken en pylonnen. Een militair wenkt naar ons en we rijden langzaam slalommend om de blokkade heen. ‘Salaam aleikum,’ zegt de soldaat. Hij kijkt niemand echt aan. De agenten praten meestal tegen onze chauffeur, dus ik antwoord niet. ‘Salaam aleikum,’ herhaalt de soldaat. Ik antwoord: ‘Maleikum salaam’. ‘Spreek je geen Mandinka? Dat moet je eens proberen.’ Ik lach en zeg dat ik mijn best zal doen, waarop hij ons met een glimlach laat gaan. Terwijl we rustig optrekken kijk ik achter de soldaat langs en zie ik een bunker, waarin meerdere militairen met grote machinegeweren op wacht zitten. Het begint al te wennen. 

Een Gambiaanse soldaat vuurt een AK-47 aanvalsgeweer af tijdens een militaire oefening in Senegal | Foto: Wikimedia Commons

De volgende dag. Terwijl we op kantoor een broodje eten komt het bericht binnen dat drie van de gearresteerde demonstranten in voorarrest zijn overleden. Een van hen is een van de leiders van de oppositiepartij United Democratic Party (UDP), Solo Sandeng. In de eerste 72 uur na hun aanhouding worden de demonstranten nog niet naar de gevangenis bij Banjul gebracht. Die staat namelijk onder internationaal toezicht, waardoor schendingen van de mensenrechten snel aan het licht komen. ‘De regering heeft verschillende geheime huizen in het hele land, waar ze hun ondervragingen doen,’ vertelt Fatou. Niemand weet precies wat daar gebeurt, maar iedereen is er vrij zeker van dat de gevangenen worden gemarteld. Het lot van de drie overleden arrestanten laat weinig te raden over.

President Yahya Jammeh (2e van links) en zijn vrouw Zeinab Suma Jammeh (3e van links) werden in 2014 door de Obamas ontvangen op het Witte Huis | Foto: Wikimedia Commons

In Serrekunda, de grootste stad van het land, ontstaan na het horen van dit bericht spontaan nieuwe protesten. Opnieuw komt de oproerpolitie om de demonstratie hardhandig uiteen te slaan. Ze gebruiken traangasbommen. Het is in Gambia verboden om zonder toestemming van de overheid te demonstreren, net als in Nederland. ‘Als je gewoon een march-pass aanvraagt, dan krijg je zelfs politiebegeleiding,’ roept Fatou uit. ‘Ik wil de regering niet verdedigen, begrijp me goed, maar die arme demonstranten pakken het niet handig aan. Als je zomaar de straat op gaat dan is het snel met je gedaan!’

De Gambiaanse veiligheidsdiensten zijn extra alert op dissidente geluiden wanneer de president het land uit is, zoals nu. Jammeh is de hele week in Turkije voor een overleg met andere Islamitische landen. In december 2014 probeerde een groep dissidenten een coup te plegen terwijl de president in het buitenland was. Met elke oprisping van protest wordt het machtsvertoon van de politie en het leger groter. Nu staat op grote kruising een plukje soldaten. Allemaal volledig bewapend met AK-47’s, geladen en klaar om gebruikt te worden. Ik voel een steeds sterkere drang om de situatie in beeld te brengen, maar ik houd mijn camera verborgen. De soldaten die eerst nog rustig leken zien er nu gespannen uit. Ik groet een soldaat terwijl ik langsloop, maar hij geeft geen antwoord. Zijn gezicht is bedekt met een bivakmuts en een zonnebril. Ik herken er geen persoon meer in.

De file die ontstaan is door de afsluiting van de straat waar oppositieleider Ousainou Darboe woont

De hoofdweg van de kust naar de stad staat helemaal vol met toeterende auto’s. Verderop is weer een nieuwe checkpoint neergezet, bij het huis van oppositieleider Ousainou Darboe, die bij het laatste protest is opgepakt. De straat voor zijn woning is afgezet en naar verluidt wordt zijn huis doorzocht. Normaal gesproken neem ik hier een taxi voor omgerekend twintig cent, maar ik besluit ondanks de warmte om te gaan lopen. Terwijl elke auto gecontroleerd wordt, rijden aan de andere kant van de weg drie trucks vol met soldaten langs. Allemaal bewapend met automatische geweren en de meeste gemaskerd.

Ik bericht over de situatie aan mijn familie en vriendin thuis, me niet realiserende dat de korte updates die ik ze stuur misschien nog wel dreigender overkomen, dan ik het geheel hier zelf ervaar. ‘Kom maar snel thuis,’ krijg ik terug. ‘Nu krijg ik een beetje het idee hoe het voelt om familie van een oorlogscorrespondent te zijn,’ zegt mijn moeder. Ik vind het in eerste instantie overdreven, maar gezien het totale gebrek aan berichtgeving in Nederland over de politieke situatie in het land, kan ik me iets voorstellen bij haar zorgen.

Het maakt dat ik me afvraag of ik overdrijf. Kloppen mijn berichtjes aan het thuisfront wel of heb ik ze per ongeluk een beetje aangedikt? Ik lees ze terug. Nee, het zijn gewoon de dingen die ik heb gezien of meegemaakt. Ik probeer me in te denken hoe ik naar deze situatie zou kijken als ik dit op het journaal zou zien en ik denk terug aan de vraag van Dwayne. ‘Ben je op de hoogte van de onrust’ betekent iets heel anders als je op een paar duizend kilometer via een scherm op de hoogte gebracht wordt, dan wanneer je tussen de geweren en traangasbommen loopt. Wat je op tv nauwelijks ziet is dat mensen nog steeds grapjes maken, ruziën over de prijs van een bosje munt en zich met zeven man in een taxi proppen om vierhonderd meter verder weer uit te stappen. Het leven gaat gewoon door, ook al wordt er af en toe gevochten en gemarteld.

Onderweg naar het vliegveld

Die avond, onderweg naar het vliegveld ontwijken we het militaire checkpoint bij het huis van Darboe. De chauffeur grinnikt: ‘Ik heb een handige sluiproute. Langzaam, soms stapvoets rijden we over een hobbelige onverlichte weg tussen kleine huisjes door om even op de grote weg te belanden bij de kust. Daar is geen militair, geen politie en geen demonstrant te bekennen. De knipperende verlichting van de restaurants en bars en de westerse hotels maken dat ik me op een banale manier op mijn gemak voel. Tot aan het vliegveld rijden we aan een stuk door. Nog één checkpoint te gaan, de douane. Mijn medepassagiers — bruinverbrand — weten misschien wel van niets. Ze drinken bier en spelen het spelletje van de ‘smiling coast’ vrolijk mee met het personeel van de luchthaven.

Geland op Schiphol. In de terminal lopen twee marechaussees met MP5 machinepistolen. Ik kijk er nauwelijks nog naar.

De namen in dit artikel zijn fictief om te voorkomen dat de genoemde personen herkend worden en gevaar lopen. Om diezelfde reden zijn de namen van hun organisaties niet genoemd.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam tegen te houden. Lees hier hoe jouw gegevens verwerkt worden.